Archive for November, 2007

Skilessen

Skischolen
Het is uiteraard belangrijk om eerst een goede ski-uitrusting aan te schaffen. Laat u daarbij goed adviseren in een wintersport zaak.
Nadat u een ski-uitrusting heeft aangeschaft kunt op zoek gaan naar aanbieders van skilessen (voor beginners). Hierbij speelt de afstand tot de skischool meestal een doorslaggevende rol. Het is aan te raden om eerst via een zoekmachine of wintersport forum informatie op te zoeken over de school van uw keuze. Staat de skischool goed bekend? Zijn er personen met goede ervaringen te vinden?
Is er voldoende toezicht?

Doelgroepen
De meeste skischolen bieden ook lessen aan die gericht zijn op een speciale doelgroep. Zo zijn er lessen voor tieners, kinderen, vrouwen en aangepaste lessen voor ouderen. Naast de leeftijd is ook de eventuele ervaring met skiën een belangrijk criterium bij het indelen in een bepaalde categorie.

Skischolen buitenland

Neemt u les in het buitenland dan worden de skilessen naast de landstaal meestal ook wel in het Engels gegeven. Met name in Oostenrijk zijn er nogal wat Nederlandstalige skischolen en leraren
te vinden, maar in Frankrijk komt het ook steeds vaker voor dat de skileraren tevens Nederlands spreken. Tegenwoordig kunt u zich ook vaak van tevoren inschrijven voor skilessen bij het reisbureau waar u uw skivakantie heeft geboekt. Informeer naar de voorwaarden.

Skistechnieken
De eerste skiles is vaak gericht op het in- en uitstappen van de binding, stappen met de ski’s en een goede skihouding. In de tweede les leert men meestal stilstaan en stoppen op een skiheling en ook de bochten komen in deze les vaak aan de orde. In de daarop volgende lessen bent u vooral bezig met het maken van bochten, een van de belangrijkste aspecten van skieën. Het is aan te raden dat u na het beheersen van de basisvaardigheden en skitechnieken nog wat vervolglessen neemt. Dit komt uw zelfvertrouwen op de skipiste zeker ten goede. U komt dan als een gevorderde beginner op de piste,  klaar voor het plezier en de spanning van uw eerste echte afdaling.

Meer informatie
Meer uitleg over skisport en skilessen vindt u op de website: skileraar.nl. U vindt er uitgebreide informatie over ondermeer ski- technieken en materialen. Ook wordt er aandacht besteed aan de eisen waaraan skischolen tegenwoordig dienen te voldoen.

Skilessen online:
Online skilessen in de Engelse taal kunt u vinden op de website van 
harb ski systems
. U krijgt instructies volgens de PMTS techniek.
Videoclips over ski-technieken (Engelstalig) zijn te vinden op de site van Warren Smith’s ski academy.

Sneeuwfit & warming up
Bij een goede voorbereiding op de wintersport horen ook conditie-
oefeningen. Uit onderzoek is gebleken dat de kans op op blessures
tijdens een skivakantie aanzienlijk lager als u over een goede conditie
beschikt. Voor (beginnende) wintersporters is het ook verstandig om van te voren al enkele speciale technieken onder de knie te krijgen.
Dit om te voorkomen dat u straks op de piste rare bewegingen maakt met alle gevolgen van dien.

Tips over conditieoefeningen en andere fysieke voorbereidingen zijn te vinden (en soms ook te downloaden in pfd formaat) op de sites:
e-gezondheid.be, klaarvoordaar.nl en anwb wintersport.
De website gezondheid.be besteedt aandacht aan verschillende warming up, ski-stretching en pre-ski oefeningen. Een online sneeuwfit cursus van 45 minuten is in het Engels te volgen op ifyouski.com.

Skiën volgens wikipedia

Skiën is zich voortbewegen over sneeuw of een kunstskibaan met behulp van een of meer “planken”, ski’s genoemd, die aan de voeten (skischoenen) worden bevestigd.

Oorspronkelijk waren ski’s van hout, maar tegenwoordig worden ze gemaakt van glasvezel of andere composietmaterialen, of een combinatie van hout en composietmaterialen. Op de pagina over skimateriaal wordt dieper ingegaan op de samenstelling, vorm en functionaliteit van de “plank(en)”.

Een skiër is iemand, die zich bezighoudt met enige vorm van skiën, zoals hieronder nader beschreven.

Er bestaan diverse vormen van skiën. De volgende skisporten bestaan:

  • Noords skiën
    • Langlaufen: ook Crosscountry genoemd, op speciale langlaufski’s moet een traject worden afgelegd. Er zijn verschillende varianten, afhankelijk van de lengte, welke stijl van lopen mag worden gebruikt en of de deelnemers tegelijk of na elkaar starten.
    • Schansspringen: De deelnemers skiën van een schans af, en proberen daarbij zo ver mogelijk te springen. Naast de springafstand wordt ook door een aantal juryleden de uitvoering van de sprong beoordeeld. Er zijn twee typen schansen, de 90 meter schans en de 120 meter schans, genoemd naar de typische afstand die er gesprongen kan worden.
    • Noordse combinatie: Dit is een combinatie van langlaufen en schansspringen en bevat drie onderdelen: de sprint, de individuele discipline en de teamdiscipline.
    • Langlaufen met schietbanen: Op speciale langlaufski’s moet een traject worden afgelegd. Intussen moeten de doelen worden geraakt met een geweer.
  • Alpineskiën
    • Afdaling: Een snelheidsparcours dat bergafwaarts verloopt zonder veel bochten, en met sprongen dient zo snel mogelijk afgelegd te worden (gewoonlijk in 1 manche).
    • Slalom (ski): Een parcours tussen paaltjes, die beurtelings ongeveer links- en rechtsom moeten worden gepasseerd, zeer technisch bochten werk (in 2 manches).
    • Reuzenslalom (ski): Zelfde als slalom maar dan langer en minder bochtig, technische discipline (in 2 manches) .
    • Super G (ski): Bochtiger snelheidsparcours, met sprongen (gewoonlijk in 1 manche).
    • Alpine combinatie: De deelnemers moeten zowel 1 manche afdaling en 1 manche slalom skiën; de tijden worden opgeteld.
    • Parallell-ski-event:
    • Carving: deelnemers racen in carving-style
    • Team-events: deelnemers racen per team
    • KO-events-ski: deelnemers racen tegen elkaar de winnaar gaat door naar de volgende ronde
  • Freestyleskiën
    • Aerials: Van een skischans, de kicker, worden salto’s gemaakt.
    • Buckelpisteskiën (moguls): Men moet in een zo recht mogelijke lijn tussen de moguls naar beneden skiën. In het parcours bevinden zich twee sprongen. Het klassement wordt opgemaakt op basis van de behaalde punten op de bochten, de sprongen en de snelste tijd.
    • Buckelpisteskiën (Dual-moguls)
    • Ski-cross : Op een parcours wordt door 4 racers om ter snelst geracet, de winnaar gaat door naar de volgende ronde.
    • Half-pipe : In een halve pijp maken de deelnemers sprongen en tricks die gequoteerd worden
  • Snowboarden
    • Slalom-sb: Een parcours tussen paaltjes, die beurtelings ongeveer links- en rechtsom moeten worden gepasseerd, zeer technisch bochten werk (in 2 manches).
    • Reuzenslalom-sb: Zelfde als slalom maar dan langer en minder bochtig, technische discipline (in 2 manches) .
    • Super G-sb: Bochtiger snelheidsparcours, met sprongen (gewoonlijk in 2 manches).
    • KO-events-sb: deelnemers racen tegen elkaar de winnaar gaat door naar de volgende ronde
    • Half-pipe-sb: In een halve pijp maken de deelnemers sprongen en tricks die gequoteerd worden
    • Big-air: Van een de kicker, worden sprongen en tricks gemaakt.
    • Border-cross: Op een parcours wordt door 4 racers om ter snelst geracet, de winnaar gaat door naar de volgende ronde.
  • Speed skiing: of kilomètre lancée: de records worden hier uitgedrukt in km/u (op dit moment boven de 250)
  • Telemarken: Skiën op met telemark-ski’s waarbij de skiër door de knieën buigt om te draaien
  • Grasskiën: Skiën op gras, voor als er geen sneeuw meer is
  • Borstel-skiën: Skiën op pistes met een artificiële ondergrond die de sneeuw vervangt, zoals borstels, matten, wordt ook wel “dry-slope” of “artificial-slope” -skiing genoemd
  • Biatlon: Dit is een aparte sport (met een aparte federatie) die lijkt op een langlaufwedstrijd waarbij de deelnemers op bepaalde punten moeten geweerschieten op een doel. Wordt dat gemist, dan betekent dit tijdverlies, in de meeste varianten doordat een extra strafronde moet worden gelopen voor men op het eigenlijke parcours verder mag gaan.
  • Ski-Alpinisme: Bij dit is de Alpijnse variant van crosscountry men loopt/skiet een parcours en men overwint hindernissen met alpinisme technieken. Men skiet wel met brede alpijnse ski’s
  • Zand-skiën: Net als bij gras- of droog-skiën wordt hier op de zandduinen van de woestijn geskied.
  • Extreme-ski/sb: “Dit is waaghalzerij van de bovenste plank, goed voor adrenaline junkies”. Ingewijden echter combineren deze discipline met een sterke kennis en voorbereiding van het milieu waarin ze vertoeven. Zo onderscheid men het couloirskiën (extreem steile hellingen) van wedstrijden waarin zogenaamde “high jumps” van rotsformaties tot het parcours behoren. Naast aangepaste ski’s, behoort het gebruik van lawinepiepers of zogenaamde ARVA’S (Appareil Recherche Victime Avalanche)alsook een sonde, sneeuwschop, klimgordel, stijgijzers en touw tot de standaarduitrusting van de extreme skiër (niet te verwarren met “freerider”).
  • Tourskiën: Tourskiën is een sport waarbij eerst met vellen onder de ski’s omhoog wordt gelopen buiten de begaande gebieden en vervolgens naar beneden wordt geskied.
  • Heliskiën: skiërs worden op een punt gedropt en skiën dan al dan niet met gids hun afdaling. In Frankrijk is dit verboden, in Italië is de laatste jaren echter een wildgroei aan de gang. Meestal worden tot 2 droppings per dag gedaan.